Preparation method
- 1 Snijd de visballen in kleine blokjes. Verhit een beetje olie in een pan op middelhoog vuur. Voeg de visballen toe en roerbak ze tot ze goudbruin zijn. Voeg vervolgens de zoete chilisaus, sojasaus, oestersaus, limoensap en het water toe. Meng alles goed door elkaar en blijf roeren totdat de saus licht karamelliseert en mooi om de visballen heen kleeft. Zet apart.
- 2 Hak de knoflook fijn en snijd de lente-ui in dunne ringen. Snijd de surimi in kleine stukjes.
- 3 Doe de monchou, surimi, knoflook, lente-ui, lichte sojasaus, Japanse mayonaise, oestersaus, sesamolie, suiker en witte peper in een grote kom. Meng alles goed door elkaar tot een romige vulling.
- 4 Leg een wontonvel op een schoon werkblad en schep ongeveer 2 theelepels vulling in het midden. Bestrijk de randen met water en leg een tweede wontonvel bovenop.
Druk de randen stevig aan zodat de vulling goed is afgesloten. Herhaal dit met de overige wontonvellen en vulling. - 5 Verhit de olie tot ongeveer 180 °C. Frituur de wontons in porties 2–3 minuten, totdat ze goudbruin en krokant zijn. Laat uitlekken op keukenpapier.
- 6 Leg de gefrituurde wontons op een serveerschaal. Verdeel de zoet-pittige visballen over de wontons. Spuit er wat mayonaise eroverheen en garneer met stukjes lente-uien en sesamzaadjes.
- 7 Dipsaus
Meng sriracha chilisaus met Japanse mayonaise voor een romige pittige dipsaus.