In Japan hoor je “irasshai” als je een winkel of eethuisje binnenstapt. Het is geen groot welkom met fanfare, maar juist een warm gebaar: kom binnen, kijk rustig rond. Dat is precies hoe wij willen dat je deze campagne voelt.
Japanse smaken zijn vaak subtieler dan je verwacht. Niet schreeuwerig, wel heel doordacht. Alles draait om balans: iets hartigs, iets fris, iets dat ervoor zorgt dat alles op z’n plek valt. Je hoeft dus geen “Japan-expert” te zijn om hiermee te koken. Je hoeft vooral zin te hebben om te proberen.
Als je niet weet waar je moet beginnen, helpt het om één “anker” te kiezen. Iets waar je op kunt bouwen, zodat je niet elke keer opnieuw hoeft te bedenken wat je gaat maken.
Dashi en sojasaus zijn de stille krachten achter veel Japanse gerechten. Als je die twee eenmaal leert gebruiken, heb je een basis voor soep, noedels én dips. Roer wat dashi door heet water, proef, en breng het rustig op smaak met sojasaus. Daarna kun je er alle kanten mee op.
Tsuyu is een geconcentreerde soepbasis die je aanlengt met water. Dat maakt het ideaal als dipsaus bij noedels, maar ook als snelle smaakmaker in een roerbak of lichte soep. Je hoeft weinig te doen; het is vooral even mengen en proeven.
Japanse curry is zo’n saus die je makkelijk vaker maakt. Je warmt ’m op, laat er groente in meekoken en serveert ‘m met rijst. Het voelt als een compleet gerecht, maar het is vooral een paar stappen achter elkaar. En slechts één stap als je de kant-en-klare curry gebruikt!
Zie deze campagne als een uitnodiging om Japan niet “een keer” te proberen, maar er af en toe naar terug te grijpen. Vandaag een snelle curry, volgende week een noedelkom, tussendoor een kop geroosterde thee. Je hoeft het niet groter te maken dan dat, als je er maar plezier in hebt.
Deze campagne is mogelijk gemaakt door JETRO (Japan External Trade Organization).